Het is bij estafettes echter niet vanzelfsprekend dat het snelste team wint. Er komt namelijk tactiek bij kijken: de opstelling. Bewaar je de snelste voor het laatst, of juist niet? Duitsland liet haar sterkste zwemster starten, maar dat bleek geen goede tactiek te zijn (ze grepen naast de medailles). Ik zal proberen uit te leggen waarom dat geen goede opstelling was.
De meeste teams bewaren hun allersnelste zwemster voor het laatst en er wordt meestal gestart met de op-een-na snelste zwemster. Daarmee heb je een goede kans dat je de minder snelle zwemsters in een positie brengt dat ze sneller zwemmen dan ze eigenlijk kunnen. Dat klinkt als een mentale one-liner, maar ik doel op een fysiek aspect: de golven.
Hoewel er tussen alle banen lijnen liggen die de golven voor een groot deel breken, heb je tijdens estafettes toch te maken met golven. Net als wanneer een aantal boten naast elkaar vaart, heb je nadeel als jouw boot ver achter de andere boten vaart. Je botst dan als het ware tegen de golven van de boten voor je en dat kost extra energie.
Je zou dus zeggen dat je het beste voorop kunt liggen, maar dat is ook niet helemaal waar. Het meest slim is om een klein beetje achter de voorste te liggen. De golven van een boot vormen een 'V' en als je het goed uitkient wordt je mee 'gezogen' door de voorste. Als je minder snel bent dan de voorste, kun je soms toch in het 'kielzog' blijven en dezelfde tijd zwemmen.
Jacco Verhaeren koos ervoor om de snelste zwemster - Marleen Veldhuis - als laatste te zetten. Duitsland koos ervoor om met de snelste zwemster te starten, maar zij kon niet genoeg voorsprong pakken (als ze achter je voordeel hebben van het 'kielzog', dan heb jij nadeel!). Toen de tweede Nederlandse zwemster de leiding pakte, kon het niet meer mis gaan. Het eerste goud is binnen.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
0 reacties:
Een reactie plaatsen