
Vandaag een verhaaltje over de (r)evolutie van de zwempakken. Het lijkt logisch dat sportkleding zich ontwikkelt en dat records daardoor sneuvelen. Dat is onderdeel van de sport. Maar hier in Beijing is te zien dat het dit jaar niet gaat om zomaar een nieuw pak, het verandert de manier van zwemmen.
In de jaren 80 en 90 droegen alle zwemmers een zo klein mogelijke zwembroek. Toen nationale zwemheld Ron Dekker een badpak aan deed tijdens een NK werd er hard gelachen. Een paar jaar later werd het normaal om pakken te dragen die zowel benen als armen bedekten. Ze werden "haaienpakken" genoemd omdat de stof zou lijken op de huid van haaien.
Toen de fabrikanten de stof niet verder konden verbeteren, moest er worden nagedacht over andere manieren om de pakken sneller te maken. De nieuwe pakken zitten zo strak, dat ze het lichaam helpen om in een gestroomlijnde vorm te blijven tijdens de race. Dat lijkt een voordeel voor iedereen, maar dat is niet zo.
In het zwemmen heb je sprinters en stayers, net als bij het schaatsen. Erben Wennemars is een schaatser van het type sprinter. Als hij een 1000 of 1500 meter schaatst en het ijs is snel, dan kan Erben zijn sprinttechniek langer vasthouden en kan hij ook op de 1500 meter meedoen om de prijzen. Als het ijs zwaar is, dan zie je Erben in de laatste ronde instorten.
Middellange afstandszwemmer Pieter van den Hoogenband kon in Athene 's werelds snelste sprinter op dat moment (Roland Schoeman) in de allerlaatste meter verslaan. Maar nu in 2008 zijn er pakken die van de 100 meter een sprint afstand maken. Kan Pieter in dat pak de gespierde sprinters nog steeds verslaan op 'zijn' 100 vrije slag? Donderdagochtend weten we het.
In de jaren 80 en 90 droegen alle zwemmers een zo klein mogelijke zwembroek. Toen nationale zwemheld Ron Dekker een badpak aan deed tijdens een NK werd er hard gelachen. Een paar jaar later werd het normaal om pakken te dragen die zowel benen als armen bedekten. Ze werden "haaienpakken" genoemd omdat de stof zou lijken op de huid van haaien.
Toen de fabrikanten de stof niet verder konden verbeteren, moest er worden nagedacht over andere manieren om de pakken sneller te maken. De nieuwe pakken zitten zo strak, dat ze het lichaam helpen om in een gestroomlijnde vorm te blijven tijdens de race. Dat lijkt een voordeel voor iedereen, maar dat is niet zo.
In het zwemmen heb je sprinters en stayers, net als bij het schaatsen. Erben Wennemars is een schaatser van het type sprinter. Als hij een 1000 of 1500 meter schaatst en het ijs is snel, dan kan Erben zijn sprinttechniek langer vasthouden en kan hij ook op de 1500 meter meedoen om de prijzen. Als het ijs zwaar is, dan zie je Erben in de laatste ronde instorten.
Middellange afstandszwemmer Pieter van den Hoogenband kon in Athene 's werelds snelste sprinter op dat moment (Roland Schoeman) in de allerlaatste meter verslaan. Maar nu in 2008 zijn er pakken die van de 100 meter een sprint afstand maken. Kan Pieter in dat pak de gespierde sprinters nog steeds verslaan op 'zijn' 100 vrije slag? Donderdagochtend weten we het.
1 opmerking:
Veel succes met de laatste analyses van de 100 vrij. Misschien is dit wel van toepassing morgen : Twee honden vechten om een been en de derde...
gr. Ancilla
Een reactie posten